Regeneratieve landbouw in de Veenkoloniën
Zeven akkerbouwers in Westerwolde en de Veenkoloniën zochten een teeltsysteem dat de bodem weer gezond maakt, met minder kunstmest en gewasbescherming. Sinds 2021 onderzoeken zij dat samen op hun eigen bedrijven. Op deze site vind je hoe het project verliep, welke proeven er zijn gedaan en wat ze tot nu toe hebben opgeleverd.
Bekijk de tijdlijn Lees de proeven
Waarom dit project
Het voorwoord van een van de deelnemers, uit het eindrapport van fase 1, legt uit waarom zij naar een andere teeltwijze zochten.
Op onze bedrijven zijn we al enkele seizoenen op beperkte schaal bezig met regeneratieve landbouw, waarbij we de mogelijkheden en onmogelijkheden ervaren. Nieuwe kennisvragen ontstaan daarbij.
De gangbare landbouw zoals die nu bestaat is efficiënt qua kosten en arbeid. In de Veenkoloniën, met hoge grondlasten en beperkt omliggende industrie en afzetmarkt, leek dit de enige manier om rendabel akkerbouw te bewerkstelligen.
Omdat we onze bedrijven toekomstbestendig willen laten zijn, omdat we er voor willen vechten dat we in Nederland voedsel kunnen blijven produceren en omdat we merken dat media en onderzoeken zich in toenemende mate richten op de milieubelasting van onze sector, zijn we ons aan het richten op mogelijkheden om een nieuwe invulling aan gangbare landbouw te geven. Met de informatie die we verzamelen proberen we al veranderingen in onze bedrijven door te voeren, maar we blijven tegen veel extra kosten en problemen aanlopen. Uitdaging is goed, maar de kostprijs van ons product neemt toe en voor nu kunnen we nog geen extra afzetprijs voor ons product vragen, omdat er gewoon geen meerwaarde voor betaald wordt in de markt. Op de langere termijn biedt regeneratieve landbouw zeker kansen. Door beter samen te werken met de natuur, geloven wij dat de greep naar kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen verminderd kan worden.
Grootschalige biologische landbouw is niet haalbaar in onze regio. Er is dan wel een markt voor biologische veevoedergewassen, maar op zeer beperkte schaal. Wij willen liever niet gewassen telen voor (biologisch) veevoer, omdat je in eerste instantie akkerbouwer bent geworden om voor menselijke consumptie te produceren. Wij geloven wel dat de vraag naar duurzame producten kan toenemen, maar daar is de economie en markt momenteel nog niet voldoende op ingespeeld.
Doordat we in onze zoektocht naar een nieuw teeltsysteem veel extra kosten maken binnen onze bedrijfsvoering en omdat resultaten vaak pas na meerdere jaren aantoonbaar worden, zijn we tot nu enigszins terughoudend geweest met het delen van praktijkervaringen met collega's. Effecten zijn in de gewassen ook niet altijd zichtbaar na 1 of enkele jaren proberen.
Dit 'proberen' is op grote schaal nog niet haalbaar. De risico's zijn zelfs op kleine schaal al groot, maar die risico's nemen wij. Opschalen kan later wel, als er meer zekerheden zijn over 'best practices'.
De extra kosten in materialen (bijv. bemesting, biostimulanten) en in hard- en software (bijv. sensoren en machines) worden niet gedekt in de financiële opbrengst. Bij deze strategie moet je geduld en lange termijn visie hebben, zodat je op de langere termijn (>5 jaar) er grotere voordelen van kunt ervaren in zowel opbrengst en milieubelasting. En pas dan kan je je visie breder uitdragen.
Deze voordelen zijn: veel betere benutting van de gegeven bemestingen, minder/geen stikstofuitstoot, meer vastlegging van koolstof (CO2) en het leveren van producten met een hogere voedingswaarde. Hierbij praten wij nog op basis van een gevoel en op basis van de verzamelde kennis van de adviseurs om ons heen. We vertrouwen erop dat we hiermee verder komen. Maar harde cijfers kunnen we nog niet geven.
Berekeningen laten zien dat de kosten nogal oplopen als je alles wil doen naast de reguliere methoden. Een tegemoetkoming van de kosten in ruil voor kennisdeling zou voor de hele sector in de regio een grote meerwaarde bieden. Echter het project heeft ook tijd nodig.
Als wij verandering willen presenteren hebben we jaren nodig en ook een aantal jaren financiële ondersteuning. Ook wij moeten groeien in onze kennis. Elk jaar heeft andere omstandigheden en elk jaar moeten we opnieuw informatie, kennis en bewijzen verzamelen. Wij gaan door op de ingeslagen weg, maar zonder financiële ondersteuning zal deze ontwikkeling veel trager verlopen en beperkt blijven tot onze eigen (7) bedrijven.
Teler 3, akkerbouwer te Bellingwolde november 2020
Bron: eindrapport fase 1 (31-05-2023), voorwoord, blz. 6 (de oorspronkelijke tekst is van november 2020).
Begrippen
Wat is een expertperceel?
Een expertperceel is een deel van het akkerperceel van een deelnemer waar een regeneratieve aanpak wordt vergeleken met de gangbare aanpak. Op het perceel liggen naast elkaar een gangbare strook en een regeneratieve strook, zodat je na een seizoen met eigen ogen ziet wat het verschil is.
In fase 1 is die vergelijking gemaakt voor drie verschillende invullingen van regeneratieve landbouw, elk met een eigen adviseur of leverancier. In fase 2 is de vergelijking voortgezet als RLV1 (Expertpercelen). De percelen zijn met een code aangeduid: het telernummer, een streepje, en het perceelnummer (bijvoorbeeld 2-1).
Wat is regeneratieve landbouw?
Een teeltsysteem dat de bodem en het bodemleven centraal zet. De deelnemers gebruiken het woord in de betekenis van het eindrapport: minder kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen, zoveel mogelijk een bedekte bodem, en het bodemleven als partner van de plant.
Bron: eindrapport fase 1, samenvatting en inleiding; eindrapport fase 2, inleiding.
De vier fasen
Tussenjaar (2025)
Komt in een volgende versie.
Fase 3 (2026-2027)
Komt in een volgende versie.
Kernconclusies fase 1
- Bodembedekking: een groenbemester die na een late zaai toch biomassa maakt, is van grote waarde voor het bodemleven. Er is nog geen eenduidig advies voor de keuze van de soort.
- Chemie: lagere doseringen zijn in een gedeelte van de proeven gelukt zonder zichtbaar opbrengstverlies. Dat is bemoedigend, maar op één seizoen nog niet structureel bewezen.
- Bodem: de expertpercelen laten een betere structuur en beworteling zien, maar dat is visueel en nog niet gemeten als verschil met de gangbare strook.
- Grondbewerking: ondiepe, niet-kerende bewerking is volgens het eindrapport een blijvertje; hoe en wanneer blijft een open vraag.
- Kosten: de regeneratieve aanpak kostte in 2022 meer per hectare, mede door de proeven zelf en door de overgangsjaren.