Fase 1: Integrale regeneratieve aanpak op expertpercelen
1. Wat is dit experiment?
Een expertperceel is een deel van een perceel van een deelnemer, waar een regeneratieve aanpak naast een gangbare strook wordt gelegd. Zo is te zien wat de aanpak op één perceel doet. Op de expertpercelen werkten de deelnemers samen met een adviseur of leverancier, die de aanpak samenstelde.
In fase 1 zijn de expertpercelen aangelegd om twee benaderingen van regeneratieve landbouw met elkaar te vergelijken: die van Groeibalans en die van Den Ouden (voorheen PHC). De vergelijking van expertpercelen is in fase 2 voortgezet als RLV1 (zie de proefpagina daarvan).
2. Doel
Doel: in 2021 en 2022 vaststellen welk effect het combineren van goede regeneratieve praktijken, op basis van expertadvies, heeft op de bodem, het gewas en de opbrengst van een expertperceel, zonder dat de opbrengst in de overgang daalt.
- Specifiek: twee benaderingen, op drie expertpercelen.
- Meetbaar: bodem (profielkuilen, bodemanalyses, chroma's), gewas (bladbemonstering, plantsap) en opbrengst.
- Acceptabel: de deelnemers en hun adviseurs stellen de aanpak samen.
- Realistisch: twee seizoenen, met het besef dat herstel van bodemfuncties langer duurt.
- Tijdgebonden: 2021 en 2022, met een vervolg in 2023.
3. Hypothesen
| Nr | Hypothese | Uitkomst | Oordeel |
|---|---|---|---|
| H1 | Een combinatie van regeneratieve praktijken geeft een betere bodem dan de gangbare aanpak. | De beste bodems in de profielkuilen (structuur, beworteling, bodemleven en vocht) kwamen zonder uitzondering voor op de percelen met meerdere regeneratieve praktijken. | Voorlopig aangenomen; over meerdere jaren volgen |
| H2 | De ene benadering geeft meer opbrengst dan de andere. | Op basis van de proefrooiingen lijkt één benadering een fractie beter; het verschil is te klein voor een conclusie. | Niet aangetoond |
| H3 | Het gewas staat er bij regeneratief net zo goed voor als bij gangbaar. | In 2022 stonden aardappel en biet er net zo goed bij als de gangbare strook, op basis van satellietbeelden, drone-opnames en visuele beoordeling. | Aangenomen voor 2022 |
| H4 | Regeneratieve bodemverbetering vraagt om meer dan één maatregel. | Alle drie de bodemaspecten (fysisch, chemisch en biologisch) moeten in balans; sturen op één factor is niet genoeg. | Geconstateerd, niet gemeten als getal |
4. Ontwerp
De adviseurs werkten vanuit vier randvoorwaarden:
- de aanpak is gebaseerd op de ideeën en bouwstenen van regeneratieve landbouw;
- de aanpak is holistisch en gericht op synergie;
- de aanpak is bedrijfsspecifiek, perceelspecifiek en bodemspecifiek;
-
de aanpak is gericht op de lange termijn, over meerdere rotaties heen.
-
Expertpercelen: DW-01 (code 2-1), RV-01 (code 4-1) en JG-01 (code 5-1), ieder met een regeneratieve en een gangbare strook.
- Rotatie: perceel 2-1 had in 2022 zetmeelaardappelen (1 op 3 rotatie). Perceel 4-1 had suikerbieten en perceel 5-1 zetmeelaardappelen, beide in een rotatie van 1 op 2.
- Metingen: Albrecht-analyse en chroma's van de bodem, plantsap, bladbemonstering, de jaarlijkse opbrengst, en het bodemleven in de profielkuil.
- Vergelijking: een gangbare referentiestrook op hetzelfde perceel, zodat de verschillen zichtbaar blijven.
In het eindrapport zijn de opzet en de resultaten van de drie expertpercelen samen beschreven, omdat de discussiepunten en uitkomsten sterk op elkaar lijken.
5. Uitvoering
- 2021: de expertpercelen zijn ingericht en de eerste nulmetingen gedaan. Er waren nog geen zichtbare effecten van de maatregelen.
- 2022: de maatregelen zijn voortgezet. Een deel van de grondbewerking kon nog niet volledig op regeneratieve principes; de projectgroep leerde daar veel van.
- Afwijkingen: de bodembewerking en de onderzaai in tarwe waren niet optimaal. Voor 2023 zijn daarom speerpunten vastgesteld, waaronder meer rekening houden met de bodemtemperatuur bij het zaaien en poten.

6. Monitoring en resultaten
| Perceel (code) | Gewas | Resultaat | Bron |
|---|---|---|---|
| 4-1 (Ossedijk) | Suikerbiet, 2022 | Plaatsspecifieke bietenopbrengst licht hoger bij de ene benadering; verschil te klein voor een conclusie | Eindrapport fase 1 |
| 2-1 (Boerderij) | Zetmeelaardappel, 2021 | Geen verschil in veldgewicht; zetmeelpercentage onbekend | Eindrapport fase 1 |
| 3-1 (Dijkhof 18 ha) | Zetmeelaardappel 2021, wintertarwe 2022 | Opbrengst proefveld 10,7 ton/ha tegenover 10,3 ton/ha op de gangbare strook | Eindrapport fase 1 |
| 5-1 (1-Noord) | Zetmeelaardappel, 2022 | Opbrengst en bodemverschil niet apart in het eindrapport vastgelegd | Eindrapport fase 1 |
Plantsap: in de eerste ronde werd op de regeneratieve strook een betere opname van nutriënten gemeten. Plantsap is gebruikt om de bemesting bij te sturen. Het Brix-gehalte van de aardappelen lag in 2022 vaak 4 tot 5 punten onder de optimale waarde van 10 tot 12.
7. Monsters en waarnemingen
- Profielkuilen: op de expertstrook en de gangbare strook. Zichtbaar: meer haarwortels en meer grond aan de wortels op de regeneratieve strook, wat wijst op veel suikers die aan het bodemleven worden afgegeven.
- Bodemanalyses: op één perceel was de borium-, magnesium- en kaliumwaarde te laag. Het advies was om magnesium te geven. Over borium geeft het eindrapport een toelichting, maar niet of het is toegepast.
- Zuurgraad: de pH van de bodem fluctueert in de tijd. Een iets lagere pH in het groeiseizoen blijkt gunstig voor de opname van nutriënten.
- Groenbemester: de bedekking en beworteling zijn visueel beoordeeld.
8. Discussie: zien we dat de bodem beter wordt?
De profielkuilen laten op de regeneratieve stroken zien wat de projectgroep verwachtte: meer wortelontwikkeling, meer haarwortels en meer bodemleven. Dat is een belangrijke aanwijzing. Het eindrapport is daar terecht voorzichtig over: de verbetering is visueel vastgesteld en niet als getal gemeten.
Een tweede punt is de overgangsperiode. De projectgroep schat dat het herstellen van bodemfuncties minimaal drie (?) jaar duurt. Na twee seizoenen is er dus nog geen eindoordeel mogelijk.
Derde punt: de groep merkt op dat een bodem alleen beter wordt als alle drie bodemaspecten (fysisch, chemisch en biologisch) meewerken. Wie alleen een groenbemester of een biostimulant toepast, zonder de structuur op orde te brengen, ziet weinig verschil. Dat is ook het punt waar de adviseurs het meest over verschilden.
9. Kosten en besparing
Het eindrapport meldt dat de totale kosten per hectare in 2022 hoger waren dan voorheen, mede door de proeven en de investeringen in de overgang. Dat is een belangrijk gegeven voor de bedrijfseconomie: de regeneratieve aanpak vraagt in de eerste jaren meer geld, en pas later moet de besparing op de inputs dat compenseren. De projectgroep wil dat in het vervolg apart in kaart brengen.
10. Conclusies en aanbevelingen
Conclusies
- De regeneratieve stroken laten in de profielkuil betere structuur, beworteling en bodemleven zien.
- In 2022 was er geen opbrengstverlies ten opzichte van de gangbare strook.
- De twee regeneratieve benaderingen leken sterk op elkaar; het verschil is te klein voor een oordeel.
Aanbevelingen
- Volg de expertpercelen over meerdere jaren, en vergelijk ze met de gangbare strook.
- Stuur op alle drie de bodemaspecten tegelijk, met bodemanalyses en plantsap.
- Maak vooraf afspraken over de begeleiding: de intensiteit en de verantwoordelijkheid voor het advies.
- Reken de kosten en baten per bedrijf door, zodat de bedrijfseconomie helder wordt.
11. Lees ook op regenworm.info
Verdieping van deze onderwerpen is voor leden van regenworm.info.
12. Bronnen
- Eindrapport RLV fase 1 (De Priorij Advies, 31 mei 2023), hoofdstuk over de integrale regeneratieve aanpak (expertpercelen).
- Voortgangsrapportage en verslagen van de deelnemers in 2021 en 2022.