Fase 1: Bodembedekking en groenbemesters

1. Wat is dit experiment?

Na de teelt van zetmeelaardappelen of suikerbieten is het land laat leeg. De oogst komt in oktober of november, en dan is het te koud voor een groenbemester om nog te groeien. Toch zien steeds meer telers het belang van een bedekte bodem: zonder gewas verliest de grond structuur, voedingsstoffen en bodemleven.

Het Louis Bolk Instituut heeft in opdracht van het project onderzocht welke groenbemesters na een late zaai nog iets opleveren. Er zijn twee proeven gedaan: in 2020-2021, dus al voor het project en met andere financiering, en in 2021-2022.

2. Doel

Doel: in het najaar van 2020 en het voorjaar van 2021 vaststellen welke van drie groenbemestermengsels na een late zaai het meeste biomassa en bodembedekking geeft, en wat het effect is op aardappelopslag, aaltjes, onkruid en het inwerken in het voorjaar.

3. Hypothesen

Nr Hypothese Uitkomst Oordeel
H1 Een winterhard mengsel groeit na een late zaai het best. Easy Green Winter (bladrogge en Italiaans raaigras) maakte de meeste biomassa en bedekte het best. Aangenomen voor deze proef
H2 Een groenbemester vermindert de aaltjes in de bodem. Gemengd: een afname bij één mengsel, een toename bij een ander. De proef geeft geen eenduidig antwoord. Niet aangetoond
H3 De groenbemester onderdrukt onkruid. In het voorjaar was alleen vogelmuur aanwezig; de braakstrook had de laagste onkruiddruk. Niet aangetoond
H4 De groenbemester beschermt verliesknollen tegen vorst. In het veld iets gunstiger bij de beste bedekking; in de kiemproef waren alle begraven aardappelen doodgevroren. Voorlopig, niet overtuigend

4. Ontwerp

5. Uitvoering

6. Monitoring en resultaten

Mengsel Biomassa Bodembedekking Opmerking
Easy Green Winter het hoogst circa 40 procent Het meest biomassa; de beste beworteling in de profielkuilen
Feed Cover middel; het hoogst op het eerder gezaaide perceel circa 25 procent Vooral op het eerder gezaaide perceel veel biomassa en aardappelopslag
Meteil laagst van de drie circa 15 procent Triticale groeide na het inwerken door
Braak nihil — De laagste onkruiddruk; de grond was verdicht in de toplaag

De waarden zijn gemeten op het moment van de metingen in het voorjaar 2021. Het eindrapport geeft de scores in een tabel met een legenda, bedoeld om de mengsels onderling te vergelijken.

7. Monsters en waarnemingen

8. Discussie: zien we dat de bodem beter wordt?

Een groenbemester bedekt de bodem en voedt het bodemleven, en dat is in deze proef zichtbaar in de beworteling en de structuur. Of het bodemleven daadwerkelijk sterker wordt, is niet gemeten. De katoenlappen laten zelfs het omgekeerde zien. Dat verdient een vervolgproef.

Een belangrijke kanttekening is het zaaitijdstip. Een groenbemester die een paar weken later wordt gezaaid, groeit veel minder. In de proef maakte de zaaidatum duidelijk verschil: het mengsel dat twee weken eerder was gezaaid, groeide het sterkst.

9. Kosten en besparing

De groenbemester kost zaaizaad en werk. De proef heeft geen kostenvergelijking met de braak opgeleverd. Wat wel telt: de groenbemester kan stikstof vastleggen en onkruid onderdrukken, zodat er minder herbicide nodig is. Dat effect is in deze proef niet gemeten.

10. Conclusies en aanbevelingen

Conclusies

Aanbevelingen

  1. Kies de groenbemester op basis van het doel: stikstof, structuur, onkruid of organische stof.
  2. Zaai zo vroeg mogelijk na de oogst; elke dag later kost opname.
  3. Bemonster de aaltjes voordat je een groenbemester kiest, want één verkeerde soort kan de aaltjes juist vermeerderen.
  4. Herhaal de proef over meerdere seizoenen.

11. Lees ook op regenworm.info

Verdieping van deze onderwerpen is voor leden van regenworm.info.

12. Bronnen